Tom Waits, de mijnwerker

11 augustus 2011

Het is 1983. Ik studeer Engels in Groningen en zit op een vrijdagnacht in een van de vele kroegen die tot vroeg in de ochtend open zijn. Het is 05.15 uur. In het nog halfvolle café klinkt een lied. De combinatie van muziek en tekst blaast me bijna van mijn barkruk.

Rattle Big Black Bones in the Danger zone. There’s a rumblin’ groan down below. There’s a big dark town, it’s a place I’ve found. There’s a world going on UNDERGROUND. Black, danger, groan, down, found, underground.

De tekst komt binnen. Pure poëzie. Maar de muziek komt nog veel meer binnen. Het lijkt wel of er honderd kompels in een mijn diep onder de grond grote stukken steenkool uit de aarde aan het hakken zijn. Onzichtbaar voor de bovenwereld. Maar hoorbaar. De muziek past perfect bij de tekst. Een strak ritme. Er wordt geslagen op potten, pannen, deksels. Met hamers en bijtels. Er wordt geschuurd, gevijld, geklopt en geboord. Een strakke sologitaar snerpt. Een contrabas stut de muzikale mijn. Hier is een vakman aan het werk.

De stem past perfect bij tekst en muziek. Tom Waits gromt, brult, raspt. Gebroken glas, roestige spijkers, schuurpapier, ik weet niet wat de man allemaal tussen zijn stembanden heeft zitten, maar als hij zingt, dringt hij door tot in mijn beenmerg en stamcellen. De volgende ochtend koop ik onmiddellijk Swordfishtrombones, de elpee die eerder dat jaar verscheen en een stijlbreuk liet horen met zijn oudere werk. Volstrekt origineel, experimenteel en terecht de hemel in geprezen door alle muziekrecensenten.

Het is 20 juli 1999. Congresgebouw, Den Haag. Ik woon voor het eerst een concert bij van Tom Waits. Zijn opkomst die avond zal ik nooit vergeten. Krom naar voren gebogen als een wilg in de wind, Swiebertje-hoedje op zijn hoofd, rechterarm gestrekt als een lange, kale tak, de vijf vingers richting publiek priemend, hoofd schuin omlaag gericht, naar het podium waarop hij die avond meer dan twee uur lang muzikaal vuurwerk zal bieden. Mijnwerker Waits is aan het werk: met grote, zware schoenen stampt hij in een bak met omhoog stuivende kalk.

In tegenstelling tot veel andere performers heeft Tom genoeg aan eenvoudige, maar doeltreffende visuele middelen. De kleine stukjes glas op zijn hoed brengen fonkelende, kleurige lichtjes voort op de wanden van de verder in het donker gehulde concertzaal. Tijdens een nummer als Make It Rain diept hij een handvol confetti op uit de zak van zijn sjofele jasje en gooit deze in de lucht, waar de gekleurde stukjes papier worden beschenen door een bundel wit licht. Wie een concert van Tom Waits heeft bijgewoond, vergeet dit zijn leven lang niet meer.

Het is 29 september 2009, 05.04 uur. Ik stuur een e-mail aan Fay Lovsky, met de vraag of ze zingende zaag wil spelen in het nummer November van mijn tribute-album Twaalf met een dozijn hertalingen van nummers van Tom Waits in het Nederlands. Vijf uur later ontvang ik haar antwoord. Natuurlijk doet ze mee! “Mijn favoriete album is Swordfishtrombones”, schrijft ze. “Zoveel creatieve energie.” Ik was het met die woorden natuurlijk 200 procent eens en breek hierbij van harte een lans voor het volledige oeuvre van Tom Waits!