Sparks blijft fascineren

8 september 2017

Een hilarisch loflied op het missionarisstandje, een ode aan het Ikea-meubel en het krankzinnige relaas over een nijlpaard, een schilderij van Jeroen Bosch, een VW-bus en nog veel meer attributen die eigenlijk niet in een zwembad thuishoren. Zo maar wat thema's op Hippopotamus (BMG Rights), het 23e studioalbum van Sparks dat vandaag - 8 september 2017 - verschijnt. Onweerstaanbare nummers, die ik dan ook volop meezing.

Sparks, eind jaren zestig begonnen als Halfnelson, is bezig met een tournee door Europa en afgaande op de setlijsten speelt de band een flink aantal van de nieuwe nummers tijdens het optreden in Paard van Troje op 14 september. Ik kijk er naar uit. Want ik vind ’m retegoed, die plaat. Maar ik ben dan ook in een stadium beland dat ik alles wat de broers Ron (1945) en Russell Mael (1948), de kern van Sparks, voorschotelen, haast kritiekloos absorbeer. Niet helemaal waar. De lol van The Seduction Of Ingmar Bergman, het voorlaatste album uit 2009 en een poging tot opera in samenwerking met Radio Sweden, ontgaat me volledig. Er zijn grenzen.

Humor

Ik ken Sparks sinds 1972, van het tweede album A Woofer In Tweeters Clothing. Wat me, jochie van zestien, destijds aansprak aan die elpee, daar kan ik slechts naar gissen. De humor, alleen al in de titel? Zeker. De karakteristieke falsetstem van Russell? Ook. De gekke orkestraties door meestercomponist Ron? Moet haast wel. Natuurlijk val ik ook voor Kimono My House, het album dat de broers in 1974 uitbrengen nadat ze vanuit hun woonplaats Los Angeles naar het bruisende Londen zijn verhuisd. Dáár, de plek waar Bowie, Queen, Slade en anderen de show stelen, denken ze meer kans maken dat hun muziek door een breder publiek wordt opgepikt en dat gebeurt dan ook. Je moet onder een steen wonen als je de hitsingle This Town Ain't Big Enough niet kent. De albums die volgen maken bij mij echter steeds minder los. De disco en synthpop die ze dan omarmen kunnen mij, nieuwbakken punkrocker, niet meer bekoren en de liefde gaat over. Halverwege de jaren tachtig realiseer ik me nog wel dat Sparks actief is als ze, verrassing, figureren in een komisch clipje (2.34) van punkiconen The Ramones.

Londen

De hernieuwde kennismaking én de totale bekering komt pas in deze eeuw, ruim dertig jaar na mijn eerste kennismaking. De dvd Live in London (2001), die ik in 2005 voor een schijntje uit de bak bij de Makro pluk, opent me de ogen. Wát een live-band! Geen discotroep meer, gewoon een gave rockshow. Kort daarop verschijnt het twintigste album Hello Young Lovers en tijdens de tour die daaraan is gekoppeld zie ik de band in 2006 voor het eerst live, in een halfvol Paradiso. Wát een briljant album. En opnieuw: wát een live band, die bovendien op een geweldige manier video integreert in de shows. En die optreedt met een regelrechte punk attitude; vól er voor gaan. Wat niet vreemd is, de - veel jongere - bandleden komen veelal uit de LA punkscene.

Dan breekt het jaar 2008 aan en kondigt Sparks iets bizars aan. Ter promotie van het nieuwe album Exotic Creatures Of The Deep, nummer 21 sinds het debuut in 1971, gaat de band niet alleen dat album in zijn geheel op theatrale wijze presenteren,  Sparks gaat daaraan voorafgaand  álle twintig eerdere albums integraal uitvoeren. Sparks Spectacular heet het project, subtitel '21 Albums in 21 Nights', en het vindt plaats in de maanden mei en juni van dat jaar in Londen. De broers en hun bandleden trekken maanden uit om in thuisbasis LA zo'n 270 nummers in te studeren. Vele zijn nooit eerder live gespeeld. Voor Heaven doe ik vooraf een email-interview met Russell over dit krankzinnige avontuur. 'Er zit een diepere betekenis achter, alleen weten we nog niet welke', luidt zijn droge reactie. Ik bezoek show 20 en druk de mannen in de catacomben van Islington Academy waar de eerste twintig shows plaatsvinden, de dan net verse Heaven in handen. Die nemen ze oprecht blij in ontvangst - zelfs de Sparks-website maakt melding van de publicatie - en ik ben voorgoed verkocht. De wereldpremière van Exotic Creatures, daags erna in het veel grotere in Shepherd's Bush Empire, is een compleet feest, met bezoekers van over de hele wereld. Een gast naast me: 'Ik kom speciaal uit LA hierheen, want in hun - en mijn - woonplaats spelen ze helaas niet'. Tosh Berman schreef een mooi boek over zijn ervaringen tijdens Sparks Spectacular.

Franz Ferdinand

Een nieuw bezoek aan Londen volgt in 2009, nu voor de integrale uitvoering van de albums Exotic Creatures Of The Deep én Kimono My House plus nog een vette toegift. Dan is het, voor mij althans, even uit met de pret als de mannen zich op Ingmar Bergman storten. Maar in 2012 trekken ze opnieuw mijn aandacht als ze op tournee gaan onder de titel 'Two Hands, One Mouth'. Ron en Russell brengen met zijn tweeën minimal uitvoeringen van een selectie pareltjes uit hun immense oeuvre. Het resultaat is later ook te horen op het gelijknamige album, de eerste live-plaat van de mannen.

Stilzitten is geen optie, de broers zijn hongerig en willen zich blijven vernieuwen. En zo volgt een aantal concerten waarin hun werk wordt vertolkt door een orkest. De Maels lijken er steeds meer lol in te krijgen en voor het volgende project slaan ze opnieuw een andere weg in: FFS. Ook wel uitgelegd als 'For Fuck's Sake' maar niets minder dan de afko voor Franz Ferdinand + Sparks, een bijzondere samenwerking met de Schotse hitmachine. De zes muzikanten kunnen het prima samen vinden, het album dat in eendrachtige samenwerking tot stand komt is een knaller en bij de shows spat het spelplezier er vanaf.

En dan is er Hippopotamus, het nieuwe album dat de afgelopen maanden is ingeleid door een reeks gave clipjes waarmee Ron en Russell Mael eens te meer aantonen dat je je als band ook na bijna een halve eeuw kunt vernieuwen en de wereld kunt blijven verrassen. Alleen daarom al staan ze voor mij op eenzame hoogte.

Sparks live: 14 september in Paard van Troje, Den Haag