Op het podium

31 mei 2017

“Wil je terug?” zegt de Zanger. En hij staat gelijk op. “Kom jongen, we gaan.” We zitten op het terras van een restaurant op een steenworp afstand van het theater, waar we met de hele ploeg hebben gegeten. Veel luie wijven friet met mayonaise en bij de koffie twee bolletjes vanille-ijs, naar voorbeeld van de Zanger toen hijzelf moest aansterken. Even later probeer ik in een donkere kleedkamer languit op een stretcher met een handdoek over mijn hoofd een beetje bij te komen. Tien minuten voor showtime stapt de Zanger binnen. Ik sta stram op en zie mezelf in de spiegel. “I look like shit”, verzucht ik. “Welnee, jongen, dat denk je maar”, zegt hij. Ik word meegetroond naar de zijkant van het podium. Er staat een stoel voor me klaar en wijn en water. Het lukt warempel de muziek tot mij te laten komen, terwijl daar toch het besef is: het grote afscheid nemen is hier en nu begonnen. In de pauze staan we met de halve ploeg buiten bij de artiesteningang te roken. Ik heb niet veel te missen. “Laten we nog even naar binnen gaan”, zegt de Zanger. We zitten wat in zijn kleedkamer. Nu je vaarwel hebt gezegd en meer van dat, zingt de Zanger als eerste woorden van de tweede helft. Voor wie rest de stilte. Eenmaal weer thuis liggen de lange kleine uren op de loer. Want gegarandeerd dat je in het holst van de nacht wakker zult schieten. Eerder vanavond heeft de Zanger gezongen: Het verlangen beperkt zich tot de eenvoud van een nieuwe dag.