Naked Song 2017: avontuurlijk en afgewogen

25 april 2017

Het lijkt eenvoudig. Je zet wat muzikanten bij elkaar en je hebt een festival. Er is alleen meer nodig voor een geslaagde dag. Een goed festival moet een afgewogen mix zijn van oud en nieuw, solo en band, obscuur en meer mainstream. Het hoort te verrassen, te vermaken en een beetje te schuren. Vergeet bovendien vooral de randvoorwaarden niet. Niets ergerlijker dan overvolle zalen, slecht geluid en lang moeten wachten op een biertje.

Afgelopen zaterdag stond het muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven in het teken van het singer-songwriterfestival Naked Song. Binnen het brede spectrum van indie-folk tot alt-americana was er ook dit jaar weer een evenwichtig programma samengesteld, met opvallend veel ruimte voor Nederlandse inbreng.

Neem Mercy John die een afwisselende set speelde voor een kleine maar volle zaal. Deze Brabander bracht onlangs zijn debuutalbum This Ain’t New York uit. Een americanaplaat met goede, recht-toe-recht-aan-nummers. Wars van opsmuk stond hij met zijn band op het podium. Geen gedoe maar gewoon spelen, leek zijn motto. Hij overtuigde met lekkere rocknummers en mooie ballades. Een man om in de gaten te houden.

Nog zo’n man blijkt Robin Borneman uit Oss te zijn. In 2015 was hij er opeens met Folkore I: The Waving Days. Een atmosferische, filmische en spirituele plaat. Tijdens het akoestische solo-optreden was het moeilijk om hetzelfde geluid te benaderen en toch maakte dat niet uit. Want ook in de uitgeklede versie bleken de liedjes van Borneman krachtig. Met zijn stevige, bijna hardrockachtige stem, dwong hij het luisteren af. Dat was knap. Zeker omdat hij in een rumoerige kleine foyer stond waar het moeilijk was om de aandacht vast te houden.

In de grote zaal speelde aan het eind van middag een zwijgzame Ryley Walker. Met psychedelische, uitgesponnen klanken riep hij een bijna hypnotiserende sfeer op. Nummers als Funny Thing She Said, Primrose Green en The Roundabout waren bijzonder maar ontaardden uiteindelijk allemaal in een gecontroleerde geluidsbrij. Een kwestie van smaak, zeker, maar Walker was daarmee niet in staat om een deel van het publiek tot het einde toe te boeien.

Nog een overduidelijk geval van smaak is de Britse Holly Macve. Dat ze prachtige liedjes schrijft, daar zal iedereen het wel mee eens zijn. Dat ze het oude countrygevoel moeiteloos weet op te roepen, is een feit. Alleen die stem. Macve bezit een opvallende jodelachtige countrysnik die ze voortdurend liet horen en die maar niet wilde wennen. Het was eenvoudigweg te veel en te intens. Erg jammer, want daarmee leidde het af van de wonderschone muziek die deze jonge vrouw met een oude ziel maakt.

Dat een opvallende, aparte stem niet storend hoeft te zijn, bewees de in Barcelona woonachtige Australiër Steve Smyth. Zijn verschijning, met volle baard, was wild en avontuurlijk. Stiekem misschien wat onaangepast. Zodra Smyth echter het woord nam, kwam er een verlegen man naar voren die verontschuldigend zei: ‘I’m not really good at speaking.’ Zijn stem liet hij gaan van rauw grommend naar hoog huilend. Soms theatraal en soms ingetogen zong hij zijn bijzondere liedjes. Hij fascineerde en nam met zijn ontwapenende persoonlijkheid het publiek voor zich in.

Een feest was het bij Young Gun Silver Fox. In 2015 kwamen Shawn Lee (Silver Fox) en Andy Platts (Young Gun) met hun debuutalbum West End Coast. Een plaat die van begin tot eind de sfeer van The Doobie Brothers, Steely Dan en Hall & Oates oproept. Niet gedateerd, maar fris en zonnig. Prachtige melodieën, goede arrangementen en mooie samenzang. Allemaal op één schijfje. Allemaal in één concert. En dan eigenlijk nog beter omdat het gepolijste geluid live iets minder glad was. Precies goed dus. Tel daarbij op de lol in het spelen en de humoristische dialogen en het feest was compleet.

Van geheel andere orde was Heather Nova. Geen feest in de letterlijke zin van het woord, maar wel een indrukwekkende belevenis. Wie dacht dat Nova haar beste tijd had gehad halverwege de jaren negentig, vergiste zich. Bijna feeëriek klonk ze in haar oude en nieuwe liedjes. Haar begeleider Arnulf Lindner zorgde voor een muzikale symbiose. Af en toe leek het zelfs of hun stemmen vloeibaar werden en in elkaar overliepen. Van hoogtepunt naar hoogtepunt ging het met Moon River Days, London Rain, Storm en Fool For You. Een uur lang adem inhouden, het klinkt lang maar het was voorbij in een zucht.

Vooroordelen over Danny Vera? Er zal niemand meer zijn die ze nog heeft na dit optreden. Geen snelle jongen die strak in pak meelift op het succes van tv-programma Voetbal Inside, maar een begenadigd muzikant. Zoals hij zelf zei: ‘Ik zit al 20 jaar in de muziek, waarvan 17 jaar zonder succes en dat maakte niet uit want ik deed wat ik het liefste doe.’ Dat de zalen tegenwoordig vol zitten, is hem gegund. Zijn nummers zitten goed in elkaar en met zijn stem kan hij alles. Vera is een  entertainer pur sang. Met Zeeuwse tongval gaf hij zijn publiek op ontspannen en grappige wijze een kijkje in zijn gedachtewereld. Het strijkkwartet dat meespeelde was de kers op de taart, maar ook zonder had Danny Vera er een hele zaal met nieuwe bewonderaars bijgekregen.

De eervolle vermelding gaat naar Tom Neven uit Etten-Leur. In een lawaaierige kleine foyer was hij een onverwachte verrassing. Zijn debuutplaat Closer kreeg lovende recensies en verdient meer aandacht. Intieme, kleine luisterliedjes die dichtbij komen en raken.

Er was natuurlijk meer op Naked Song 2017. Tessa Belinfante met loepzuivere stem, de swingende liedjes van Michael Bernard Fitzgerald, Baptiste W. Hamon die chansons en americana elegant met elkaar combineerde en de traditionele Ierse folk van Beoga als afsluiter van de dag.

Een geslaagd festival. Met niet alleen een mooi line-up maar met ook een goed doordacht totaalprogramma, inclusief popquiz en Twee Meter Sessies. En dat biertje? Daar hoefde niemand gelukkig lang op te wachten.