In Memoriam: Charles Bradley

26 september 2017

Ik zie hem nog zitten. Een aandoenlijke man bij wie de emoties hoog zaten. Het moet zijn eerste interviewsessie in Nederland zijn geweest, want de plaats van handeling was het knusse BackStage Hotel, waar artiesten worden ondergebracht als ze nog ontdekt moeten worden.

Aan Bradley’s zijde zat Thomas Brenneck, gitarist van The Menahan Street Band, The Dap-Kings en diverse andere off-springs van het Brooklynse Daptone-label. Een stuk jonger dan Bradley maar duidelijk zijn mentor. Hij had de toen al zestiger bij de hand genomen om zijn ruwe talent in goede banen te leiden.

Brenneck had langzaam het vertrouwen van Bradley gewonnen, wiens leven was getekend door twaalf ambachten en dertien ongelukken. Bradley leek me een man die eigenlijk te goed en onschuldig was voor het stadse leven en zeker voor de muziekbusiness.

Hij had zijn thuis gevonden in de schoot van het familiale soullabel, dat eerder ook de miskende Sharon Jones had opgepikt en aan een carrière had geholpen. Jones overleed in november vorig jaar, ook al aan kanker. En om het bestaan van het kleine label nog verder te tarten liet ook zanger Daniel Klein van The Frightnrs kort na het verschijnen van het debuutalbum Nothing More To Say het leven. Klein leed aan ALS, maar zijn symptomen verhevigden snel.

Drie albums bracht Bradley uit nadat hij was ontdekt: No Time For Dreaming (2011). Victim Of Love (2013) en Changes (2016). Aan zijn zang was niets gepolijst en hij bracht zijn repertoire of zijn leven ervan afhing. En dat was denk ik ook zo, want buiten de muziek was hij nauwelijks op zijn plaats.

De langzame en donkere soulsound The Menahan Street Band bleek te passen bij wat Charles Bradley had te zeggen in zijn eigen liedjes. “Andere zangers hadden me voor Tommy gewaarschuwd”, vertelde Bradley destijds in het interview. “‘Hij draait je een poot uit’, beweerden ze. Maar ik dacht: ik ga het wel merken. Want wat had ik te verliezen? Het was een van de beste beslissingen in mijn leven.”

Veel liedjes van No Time For Dreaming ontkiemden in Brenneck’s slaapkamer. Een klein recordertje, Brenneck’s gitaar en Bradley’s stem.” Bradley: “Ik voegde mijn herinneringen en verhalen toe, maar mijn opleiding is niet zo goed dat ik teksten kan schrijven.” In de studio kwamen ze al zingend en jammend tot iets nieuws. “Charles is zo emotioneel als hij zingt. Hij is het vuur dat ik moest beheersen.”

Bradley slaat met een vuist op zijn hart. “Soms kon ik niet naar mijn eigen liedjes luisteren. Dan moest ik de studio uit en stond ik buiten te huilen. Maar dan kwam Tommy weer. Hij kan hard zijn. ‘We gaan het nóg een keer doen’, zei hij dan.”

Charles Edward Bradley: 5 november 1948 – 23 september 2017