Eerbetoon aan Neil Young

12 november 2013

Op 14 november verschijnt Forever Young, waarin Constant Meijers, oud-hoofdredacteur van OOR, beschrijft hoe de muziek van Neil Young verweven raakte met zijn leven. Het boek wordt 20 november feestelijk gepresenteerd in de Melkweg tijdens een hommage aan Young, met onder anderen Freek de Jonge, Henk Koorn en Jelle Paulusma.

Als Constant Meijers eind jaren zestig voor het eerst de muziek van Neil Young hoort, heeft hij haar tot op zijn schouders en woont hij op een studentenkamertje in Amsterdam. Hij raakt in de ban van de Canadese singer-songwriter en vindt in hem een zielsverwant. De melancholie van de muziek, de onzekerheid die uit de spreekt, de troostrijke stem, het raakt de jonge Meijers tot in zijn ziel.

Wanneer hij voor Muziekkrant OOR gaat schrijven, is zijn grootste wens Young te interviewen. Kort voor Young's eerste Europese optreden in Londen wordt Meijers gevraagd of hij zeventien flessen tequila Jose Cuervo Gold, Youngs favoriete drank, mee kan nemen. Ze zijn in Londen niet te verkrijgen. Meijers sleept ze mee en verzeilt in de kleedkamer van zijn idool. Vanaf dat moment ontstaat een bijzondere band tussen de mannen. Meijers: "Nu ik erop terugkijk dringt het tot me door dat ik Neil Young niet heb gekozen, nee, hij heeft mij gezocht.'

Forever Young. De muziek van Neil Young als soundtrack van mijn leven, verschijnt bij uitgeverij Ambo/Anthos: 237 pagina’s, paperback, € 19,95

Forever Young. A tribute to Neil Young met Freek de Jonge, Jelle Paulusma, Theo Sieben, Ad Vanderveen, Henk Koorn en Ferdinand Bakker: 20 november, Melkweg, Amsterdam

Uit het boek:

“Mijn hart bonst in mijn keel, mijn handen trillen, mijn benen zwabberen. De tijd die rest voordat Neil aan zijn optreden begint, heb ik nodig om tegen de koude muur van de kleedkamergang tot mezelf te komen. Het podium is in duister gehuld als Neil en zijn groep opkomen en langzaam het eerste nummer inzetten. ‘Tonight’s the night,’ zingt Neil, van achter de piano, ‘tonight’s the ni-hi-hi-hi-hight.’ Ik herken Ben Keith, Nils Lofgren, Ralph Molina en Billy Talbot. Maar het geluid is miserabel, het samenspel klopt van geen kanten, Neils spel en zang zijn onder de maat. Na dit onbekende openingsnummer loopt Neil onvast van de piano naar de microfoon voor op het toneel. Hij doet een gitaar om en zingt opnieuw een onbekend lied, waarin hij de hoge noten al helemaal niet meer te pakken krijgt.

De moed zinkt me in de schoenen. Dit is wel het laatste wat ik had verwacht. Tussen de liedjes door drinkt Neil volle wijnglazen tequila in één teug leeg en kletst hij minutenlang over van alles en nog wat, zonder dat ik er een touw aan kan vastknopen. Na elk nummer begint hij over Miami Beach. Na het openingslied heeft hij het publiek op dit geïmproviseerde strand welkom geheten en de stagemanager gevraagd een lampje te ontsteken boven de palm. Als het publiek hiervoor applaudisseert merkt Neil laconiek op: ‘It’s all cheaper than it looks, ladies and gentlemen.’

Moeizaam vooruitkomend op zijn gitaar zet Neil een volgend nieuw lied in, dat From Day To  Day zou kunnen heten en begint met de woorden ‘You know I lose, you know I win…’. Voor de eerste keer hoor ik een melodie die me aanspreekt, het bezorgt me een gevoel van opluchting. Neil vecht zich wanhopig en hulpeloos door zijn set heen. Na een truckersong die begint met ‘It’s too dark to put the keys in my ignition’ vertelt hij dat alle tot dan toe gespeelde songs van zijn nieuwe album Tonight’s The Night zijn. ‘Het maken van deze plaat was echt een bijzondere ervaring voor ons en ik hoop dat dit zo blijft.’

‘Hou je bek,’ schreeuwt iemand vanuit de zaal. Neil reageert er rustig op. ‘Laat ik er voor degenen die zich afvragen of ik hier ben gekomen om de hele avond te spelen of om te praten aan  toevoegen dat ik altijd meer speel dan ik praat. Dus hoe langer ik praat, hoe langer ik speel.’ De zaal breekt uit in een opluchtend gelach en applaudisseert opnieuw.”