De memoires van Humberto Tan

28 november 2014

Zou het ooit nog goed komen met de muziekjournalistiek, dacht ik toen ik gisteren het Cultureel Supplement van NRC inkeek, waarin bijna twee hele krantenpagina’s waren gewijd aan de verzamelbox Let’s Dance die Humberto Tan samenstelde.

Het merendeel van het muziekjournalisten is die naam niet waard. Veredelde amateurs zijn het, onbetaalde liefhebbers. Of betaalde liefhebbers, die hun diensten net zo gemakkelijk aanbieden aan de platenindustrie als aan de media. En die media, waar zouden die zijn zonder hun deals met platenmaatschappijen, concertpromotors en podia? Een onontwarbare kluwen, probeer daar maar eens wijs uit te worden. De Gooische Matras is een speelkussen daarmee vergeleken.

Nee, als er een sprankje leven in de muziekjournalistiek zit, moet dat toch vooral gezocht worden bij de landelijke kranten. Dus ik probeerde me het gesprek voor te stellen dat de muziekredactrice van NRC had gevoerd met de eindredactie.

“Ik kan een interview doen met Humberto Tan.”

“Is het wat, die verzamelbox?”

“Ja, het is mooi boxje.”

“Er verschijnen wel meer mooie boxjes. Staat er muziek op die haast niet meer is te verkrijgen?”

“Nou dat niet. Happy van Pharrell staat er op.”

“Maar de muziek is baanbrekend?”

“Ook niet, het is dansmuziek. Gewoon lekkere muziek. Uit de jaren zeventig en tachtig vooral.”

“Ah, de muziek van de Ferry Maat Soulshow.”

“Precies.”

“Wij vonden dat gladde disco. Muziek voor mensen in te strakke broeken met wijde pijpen.”

“Daar werd onterecht op neergekeken vindt Tan.”

“Het is een rehabilitatie van die muziek?”

“Nee joh, die muziek is allang hergewaardeerd via films als Jackie Brown. En Ferry Maat bracht zelf ook verzamelcd’s uit.”

“Het is een soort van coming out van Tan?”

“Je moet er gewoon niet te veel achter zoeken.”

“Oké. Zullen we er twee pagina’s voor uittrekken?”

“Zoiets had ik ook gedacht.”

“En dan zetten we er boven: ‘Memoires van een muziekfan’.”