'As Cold As It Gets' – Opdat wij niet vergeten

4 mei 2017

Zijn haren zijn strak achterover gekamd. Keurig in een zijscheiding. Hij draagt, met zichtbare trots, een vermoedelijk Belgisch uniform. Zijn vriendelijk, ongeschonden gezicht verraadt nog niet de diep gekerfde groeven die foltering en ontbering ongetwijfeld op zijn gelaat hebben nagelaten. Want geleden, dat heeft hij, deze Alphonsus Leocadia Wolfstijn. Tientallen jaren geleden vond ik op een rommelmarkt zijn bidprentje. Het verhaal heeft me altijd gefascineerd. Het verhaal van de man die op 17 april 1913 in Gent werd geboren en die heeft gediend in het Belgische leger op het moment dat Hitler aan zijn expansiedrift gestalte gaf. Na de capitulatie stapte hij over naar het Geheim Leger, het Belgische verzet. Een vrijheidsstrijder pur sang die niet alleen voor de vrijheid van zijn land vocht, maar ook voor de vrijheid van zijn vrouw en kind. Een strijd tegen een meedogenloze bezetter.

Ook hij werd uiteindelijk door de met bloed besmeurde tentakels van de Nazi’s gegrepen. Ook hij heeft de weg afgelegd naar concentratiekamp Bergen-Belsen, een kamp waar voornamelijk ‘politieke gevangenen’ naar toe werden gestuurd. Een kamp, weliswaar zonder gaskamers, maar met een gitzwarte geschiedenis. Een plaats waar Alphonsus Leocadia Wolfstijn weken en misschien zelfs maandenlang is gemarteld, uitgehongerd, vernederd en uiteindelijk is vermoord. Want iemand consequent folteren en bewust laten versterven is ook moord. Het enige dat hem tot aan zijn dood overeind hield, waren de gedachten aan zijn vrouw en kind en het gevecht dat hij leverde in de naam van vrijheid. Het gevecht dat hij op 25 februari 1945 verloor toen hij uitgeput en uitgemergeld het leven liet, amper 46 dagen voordat concentratiekamp Bergen-Belsen werd bevrijd door de geallieerden. Het is voor vrijheidsstrijders, zoals Alphonsus Leocadia Wolfstijn, van welke nationaliteit dan ook, dat we op 4 mei twee minuten stilstaan. Twee minuten stilte, behoudens misschien een verdwaalde kuch en het klapperen van vleugels van duiven die de vrijheid van een wolkeloze hemel opzoeken. Twee minuten. Geen woord. Met één doel. Opdat wij niet vergeten.

To the end of the Earth, I'll search for your face for the one who laid all of our beauty to waste, threw our hope into Hell and our children into the fire. I am the one who crawled through the wire.

Patty Griffin

Veel nummers over concentratiekampen zijn er niet geschreven en ergens is dat wel te begrijpen. Soms is de gruwel te groot om onmenselijkheid onder woorden te brengen. De Amerikaanse singer-songwriter Patty Griffin heeft dat in 2002 met As Cold As It Gets, afkomstig van dat sublieme album Impossible Dream, toch gedaan. Ze zingt niet alleen over de verschrikkingen maar het verhaal, bezien vanuit een ontsnapte gevangene, is een niet aflatende zoektocht naar gerechtigheid en vooral een zoektocht naar berouw. Het berouw dat onophoudelijk aan de kampbeul moet knagen. Het berouw moet hem volledig verteren. Het zijn harde woorden, barstensvol wraak, maar ze zijn te begrijpen. De afgelopen weken heb ik nogmaals een aantal keren getracht te kijken naar de ongecensureerde filmopnamen van de Amerikaanse troepen die de bevrijding van diverse concentratiekampen, waaronder Bergen-Belsen, in beeld hebben gebracht. Ik heb het geprobeerd maar de beelden zijn te heftig, te misselijkmakend. Ik heb gezocht naar woorden om mijn gevoelens onder woorden te brengen, maar soms zijn er geen woorden te vinden. Het voelde als een verlammende onmacht die het onmogelijk maakte om het gevoel in combinatie met de afgrijselijke geschiedenis te vangen in woorden. Slechts één woord raakte de kern van de afschuw die de beelden opriepen: vernietigingskampen. Met name bij het zien van die beelden was vernietigingskamp het enige juiste woord. Mensen werden niet vermoord, mensen werden vernietigd. Mannen, vrouwen, kinderen. Ze werden vernietigd. De mensheid werd vernietigd.

De weken voorafgaand aan dodenherdenking heb ik nog wel eens teruggegrepen op de poëzie van Armando in wiens werk de oorlog en zijn nasleep nooit ver weg zijn. De constante in zijn werk, dat de mens in beginsel niet deugt, iedere keer het weer probeert, maar steeds opnieuw hopeloos faalt, is een gegeven dat ook in de weerzinwekkende daden naar voren komt die Patty Griffin bezingt. De gruwelijkheden in As Cold As It Gets roepen wel afschuw op maar Patty Griffin somt ze bijna achteloos op, tezamen met die eerder genoemde drang naar rechtvaardigheid en berouw waardoor de focus niet alleen ligt op de wandaden. In combinatie met die beelden van de bevrijde concentratiekampen zorgde Griffin's 2 minuten en 38 seconden echter aan als een mokerslag. Inderdaad, opdat wij niet vergeten. Opdat wij nooit mogen vergeten.

I know a cold as cold as it gets. I fight a war, I may never see one. I live only to see you live to regret everything that you done.

Niet alleen Alphonsus Leocadia Wolfstijn heeft Bergen-Belsen niet overleefd. Er is een lijst van 70.000 slachtoffers. 70.000 mensen. Hij heeft, zoals het personage van Patty Griffin, niet kunnen ontsnappen. Niet door de prikkeldraad die weg naar vrijheid kunnen vinden. Hoe vaak zijn, liggend in de barakken van Bergen-Belsen, zijn gedachten afgedwaald naar zijn vrouw en kind? De verzetstrijder die de martelingen onderging omwille van hun vrijheid en daar ongetwijfeld zijn laatste krachten uit putte? Hoe vaak zal hij hebben gedroomd van een weerzien? Een weerzien in vrijheid? Die eerste hereniging? Die eerste omhelzingen? Hij heeft nooit geweten dat zijn vrouw en kind nog vóór hem zijn gestorven. Hij heeft nooit geweten dat ook zij slachtoffer zijn geworden van die smerige oorlog. Dat is misschien het enige dat hem bespaard is gebleven. Maar het is geen troost. Het is schrijnend. Het is een hartverscheurend verhaal. Zoals de Tweede Wereldoorlog helaas bol staat van dit soort verhalen.

Twee minuten stilte. Twee minuten niets. Geen woord. Twee minuten de doden herdenken. Op 4 mei om acht uur zal ook ik zwijgen en zullen mijn gedachten uitgaan naar dat kind, naar die vrouw en naar die man uit Gent, Alphonsus Leocadia Wolfstijn, officier van het Geheim Leger, slachtoffer van Bergen-Belsen.

Ze zijn niet vergeten.

Geen woord

Het blauw van de uniformen,

de donkerrode gebaren,

bakken zand over de lippen:

nee, geen woord.

(Armando, uit Gedichten, 2009)